Echografie

Echografie, ook wel echoscopie genoemd, is een techniek die gebruikmaakt van geluidsgolven die zich door het lichaam verplaatsen en op grensvlakken tussen zachte en hardere structuren reflecteren. Deze techniek stelt medici onder meer in staat om organen in beeld te brengen. Zo kunnen ze zicht krijgen op de grootte, structuur en de eventuele pathologische afwijkingen ervan. Ze vindt binnen de geneeskunde toepassingen in onder meer de radiologie, cardiologie, urologie, podologie, anesthesie, huisartspraktijk en verloskunde-gynaecologie. Ook buiten de geneeskunde zijn er overigens veel toepassingen.

Eigenschappen

Om tot een optimale beeldvorming te kunnen komen voor verschillende typen onderzoeken (applicaties), wordt er gebruikgemaakt van diverse soorten probes. Probes werken met hoge frequenties en lage frequenties van het uitgezonden ultrageluid. Deze frequenties zijn hoger dan 1 miljoen trillingen per seconde (hoger dan 1 MHz, 1 megahertz). Ook zijn er probes van verschillende vorm, aangepast aan het deel van het lichaam dat moet worden onderzocht. Bijvoorbeeld bolvormige (convex array), brede en smalle vlakke (flat linear array) probes.

Vanwege de eigenschappen van geluidsvoortplanting door het menselijk lichaam kunnen hogere frequenties minder diep penetreren dan lagere frequenties. Naargelang van de klinische vraagstelling wordt een probe met een specifieke frequentie en vorm gebruikt. Als voorbeeld zal er voor het onderzoek van een nier een probe gebruikt worden met een convexe vorm en lage frequentie om zo diep mogelijk in het lichaam te kunnen dringen. Een veelvuldig gebruikte zendfrequentie voor dit type onderzoek is rond de 3 MHz. Voor bijvoorbeeld een oppervlakkig bloedvat zal men een vlakke (lineaire) probe gebruiken, met een hogere zendfrequentie, gebruikelijk zo rond de 7,5 tot 10 MHz.